Schematische weergave binnen een Utility-netwerk

Er zijn twee manieren om een utility-netwerk weer te geven. De bekendste en meest gebruikte representatie is de geografische weergave, waarbij de assets op een locatie liggen in de kaart, conform de werkelijkheid. Helaas is dit niet helemaal de waarheid, want voor een elektrisch netwerk in stedelijk gebied zie je dat meerdere kabels in dezelfde geul uitschalig getekend worden. Een andere representatie is daarom een schematische weergave, waarbij vaak concessies worden gedaan over de ligging van assets, en wel rekening gehouden wordt welke assets relevant zijn voor de betreffende schemakaart.

plaatje 1                   plaatje 2

Afb. Geografische weergave                          Afb. Schematische weergave

Schematische kaarten in ArcGIS Utility Network Management-extensie
Schematische kaarten zijn van groot belang in de operatie. Collega’s van bedrijfsvoering zijn gewend het netwerk, verbindingen en schakelingen te beoordelen in een dergelijke diagramvorm. Operationele systemen als SCADA of DMS werken standaard met vergelijkbare schematische weergaven om de realtime situatie in het net te monitoren.

plaatje3

Afb. Deel van een E-netwerk als schemakaart

Schematische weergaven zijn er in diverse vormen, orthogonale schema’s, zwak geografische schema’s en boomstructuren om er enkele te noemen. Daarnaast kan een schema betrekking hebben op een boven- of ondergronds deel van het net, maar een detailweergave binnen een elektriciteit- of gasstation of een kast of een splicing diagram in telecom worden ook beschouwd als schemadiagrammen.

Schematische kaarten in ArcGIS Utility Network Management-extensie
Onlangs is binnen het ArcGIS-platform het Utility Network Management gelanceerd. Een ‘toekomstbestendig raamwerk’ voor de utility- en telecommarkt. In de ArcGIS Utility Network Management-extension zijn schematische functies intrinsiek aanwezig. Hierbij wordt vanuit een geografische kaart een schemakaart gegenereerd. We hebben het hier dus niet over het construeren van schema’s.

plaatje 4

Afb. Workflow om tot schematische weergave te komen

De stappen, die in een dergelijk proces worden doorlopen, zijn in de figuur hierboven weergegeven. Vanuit de geografische gegevens (selectieset of traceresultaat) wordt een initieel schema gebouwd, waarbij er voor alle betrokken assets schema representaties (edges en junctions, lees lijn- en puntvormige structuren) ontstaan. Vervolgens kunnen er meerdere beschikbare schemaregels worden toegepast. Het doel hiervan is reduceren of toevoegen van bepaalde objecten, edges of junctions. Het wel of niet weergeven van een container met inhoudelijke componenten zoals station, kast of een HDPE-buis, met kabels tot fibers daarbinnen, of de relatie met dragende structuren. Denk aan een hoogspanningsmast. Als laatste stap kunnen dan een of meerder layouts (orthogonaal, boomstructuur) worden toegepast om tot een uiteindelijke schemakaart te komen.

plaatje5

Afb. voorbeeld diagram van afsluitersectie met aansluitingen

Diagram-templates
Dit totale proces kan samengevat worden in een diagram-template om steeds eenzelfde schematisatie proces uit te voeren. Dit samenvatten wordt binnen de ArcGIS Utility Network Management-extensie typisch met Model Builder (zie onderstaande figuur) en/of met Python gedaan.

plaatje6

Afb. Model om een diagram te genereren

In de ArcGIS Utility Network Management-extensie wordt een aantal voorbeeld diagram templates meegeleverd. Met behulp van een rijke set geoproces tools voor schema-regels en schema-lay-outs kunnen er ook specifieke diagram templates worden samengesteld, die wellicht beter passen in de operationele ondersteuning van het netwerk.
Diagramfuncties
Diagrammen kunnen verschillend geautoriseerd zijn. Er zijn systeemdiagrammen, waar een gebruiker en zelfs administrator geen bewerkingen op kan uitvoeren. Daarnaast zijn er publieke en private schema’s, wat iets zegt over wie er schemabewerkingen mag uitvoeren.
Diagrammen kunnen in een kaart naast een geografische weergave van hetzelfde net worden getoond. Er is onderlinge interactie mogelijk, waarbij assets uit de schematische kaart ook zichtbaar worden gemaakt in de geografische kaart en vice versa. Diagrammen kunnen van tijdelijke aard zijn in een gebruikersessie, maar ook worden opgeslagen om te worden hergebruikt.

Het terugvinden van diagrammen kan door naast gebruik te maken van een unieke naam ook door herkenbare tags te gebruiken. Diagrammen kunnen gesynchroniseerd en geactualiseerd worden met de geografische brondata. Synchroniseren is het corrigerende proces’ waarbij er wijzigingen hebben plaatsgevonden in de geografische kaart waardoor de schematische kaart ‘out of sync’ is. Dit is een validatie proces van de nettopologie. Actualiseren is het proces waarbij het schema zelf wordt geactualiseerd (nieuwe, gewijzigde en verwijderde assets). Dit heeft alleen betrekking op de verschilsituatie.
Uiteindelijk is het ook mogelijk om schema’s te delen met anderen. Er zijn export- en importfuncties om schema’s van één database-omgeving naar een andere te brengen.

Dit blog is het vierde uit een serie van vijf blogs, geschreven door Gert van Dijk. Hij is business developer utilities bij Esri Nederland. Gert heeft al 30 jaar ervaring in de sector en nu 10 jaar werkzaam bij Esri Nederland. Hiervoor was hij werkzaam bij GE en Siemens. In eerdere blogs is de Esri Utility Network Management-extensie geïntroduceerd als een oplossing voor assetregistratie en zijn functionele ontwikkelingen op gebied van editing en tracing uitgediept. In het volgende blog worden de migratie-aspecten belicht.

Wilt u meer weten over de ArcGIS Utility Network Management-extensie? Schrijf u dan in voor de Esri GIS Tech op dinsdag 10 april via deze link. Hier zullen Gert van Dijk en zijn Amerikaanse collega Tom Brown, die aan de wieg stond van de ontwikkeling van de extensie, een presentatie geven.

Dit bericht is geplaatst in Utilities en getagged , , , . Bookmark de permalink.

Comments zijn gesloten.